Hoe werkt het?

De groene strepen stellen de vele lamellen voor die in een warmtewisselaar zijn geplaatst. Via deze lamellen worden de stal- en buitenlucht langs elkaar geleid. Op deze manier wordt de energie van de warme stallucht onttrokken en overgedragen koudere buitenlucht. In de zomer wordt er tevens automatisch adiabatische koeling toegepast. Dit houdt in dat er (sloot)water over de lamellen wordt gesproeid, waardoor de temperatuur van de warme buitenlucht met maximaal ± 10°C kan worden verlaagt. Hier heeft de relatieve vochtigheid van de stal- en buitenlucht invloed op.

De lucht komt uit de warmtewisselaar en is nu deels opgewarmd of afgekoeld, afhankelijk van het seizoen. De opgewarmde/afgekoelde lucht komt nu bij het op zonne-energie lopende koelblok (dx koelblok) terecht. In de zomer wordt de nog warme lucht door het koelblok actief gekoeld. De hybride warmtekoppelings PLC regelt automatisch de aansturing van de koelmachine. Het koelblok bestaat uit meerdere lagen, waardoor het blok kan variëren van licht koelen tot zwaar koelen. Dit is weer afhankelijk van de warmteproductie van de varkens.

In de winter hoeft het koelblok geen werk te verzetten, aangezien de lucht al op temperatuur is gebracht door de warmtewisselaar.

De verse buitenlucht die inmiddels op de gewenste temperatuur van 16°C is gebracht verlaat de warmtewisselaar en wordt gestuurd naar de varkensstal. Hier vermengt het evenredig met de aanwezige lucht in de stal, wat ervoor zorgt dat de varkens te allen tijde in de comfortzone van circa 18-22°C verblijven.

De lucht wordt verder opgewarmd door voelbare warmte die de varkens uitstralen/ produceren. Dit zorgt ervoor dat de temperatuur verder blijft stijgen. Dit is geen probleem aangezien warme lucht stijgt. De warmere lucht komt boven in de stal terecht en wordt daar weggeleid richting de warmtewisselaar. De lucht heeft hier een temperatuur rond de 25°C. Met deze temperatuur verlaat de stallucht de stal en gaat via de drukkamer naar buiten.

Via de drukkamer vervuilde stallucht wordt deze altijd de eerste gewassen met (sloot)water waaraan een klein beetje Ozon is toegevoegd. De Ozon zorgt ervoor dat de ammoniak dat in de lucht zit wordt omgezet naar ammonium, wat zich makkelijk laat binden aan water. Ook is Ozon in staat de laatste resten fijnstof en geur op te lossen. Ozon is een stof die de eigenschap bevat om CH4 af te kunnen breken. Door de CH4 af te breken kunnen de vrijgekomen atomen zich binden aan het water waarmee de Ozon is vermengd. Dit water wordt allemaal opgevangen.

De lucht gaat verder in de warmtewisselaar en wordt nog een tweede op dezelfde manier gewassen. De gereinigde lucht wordt vervolgens weer naar buiten geleid. Het waswater kan nu worden afgevoerd. De stoffen die zijn neergeslagen in het waswater zorgen ervoor dat het water rijk is aan voedzame mineralen, waardoor het uitermate geschikt is om af te zetten als een groene minerale meststof.